Hoofdstuk 24
==
Lou deed de deuren van haar garderobekast open en zocht tussen de rijen en stapels naar haar zwarte rok en rode truitje. Ze trakteerde haar moeder voor haar verjaardag op de lunch bij een fantastisch Italiaans restaurant vlak buiten Wakefield, maar het bleek lastiger te zijn om de juiste kleren te vinden dan ze had gedacht. Dat besef voelde als een klap in haar gezicht: ze had echt een hele hoop foeilelijke kleren. Haar blik ging als vanzelf naar het bordeauxrode mantelpakje dat ze zo vaak droeg naar haar werk. Nu ze er objectief naar keek, zoals het op het hangertje hing, begreep ze opeens heel goed waarom Karen er zoveel kritiek op had. Het was kort en dik en vierkant – had haar lichaam echt die vorm? Het kon onmogelijk terug in de kast nu ze het voor het eerst met andere ogen had bekeken. Ze liet het pakje snel van het hangertje op de grond glijden, voordat ze zich kon bedenken.
Ze keek op de klok; ze had nog een halfuur de tijd om een begin te maken met wat ze opeens heel graag wilde doen. Elke vorm van rommel was haar tegenwoordig een doorn in het oog, en haar kast hing er vol mee. Ze moest aan het artikel denken. ‘Draag je twintig procent van je kleren tachtig procent van de tijd?’ Waarschijnlijk moest ze die vraag met ja beantwoorden, concludeerde ze met een blik op alle lelijke kleren.
Ze stroopte haar mouwen op en begon aan de linkerkant met een wijde zwarte jurk, een tent waar met gemak een heel circus in zou kunnen optreden. Maar hij zit lekker en voor in huis kan hij best, protesteerde een zwak klein stemmetje. Jammer dan, zei Lou terug, en ze hing het hangertje leeg weer in de kast. Ze had de jurk gekocht omdat hij lekker zat, maar in die jurk zag ze eruit als Mama Cass. En die gaat ook weg, zei ze tegen zichzelf, terwijl ze een verschoten rode trainingsbroek pakte die zelfs de Kerstman te groot zou zijn geweest.
Het eenvoudige blauwe mantelpak had ze nodig voor haar werk. Het zwarte vond ze veel mooier, maar het was een aankoop geweest waarvoor ze kilo’s moest afvallen, en dat was nooit gebeurd. Het was niet gemaakt van stretchstof en het had evenmin een tailleband met elastiek, waar ze de laatste tijd de voorkeur aan gaf. Ze moest het echt weggooien, tegelijkertijd met alle andere te kleine kleren die ze had gekocht in de hoop dat ze haar figuur van twintig jaar geleden terug zou krijgen. Maar het was echt een mooi klassiek mantelpak. Ze trok het voor de laatste keer aan, en tot haar verbazing kon ze de rok nu, heel anders dan de vorig keer, met gemak over haar heupen trekken. Het jasje dat ze nooit dicht had kunnen knopen over haar boezem paste perfect. Dat niet alleen, ze had zelfs nog ruimte om haar schouders te bewegen en diep adem te halen. Ze keek in de spiegel en was blij verrast over wat ze zag. Ik ben afgevallen! Hemel, wanneer is dat gebeurd? Ze was vast niet bezocht door een goede fee die al haar kleren had opgerekt.
Een wijde roze blouse met witte stippen belandde op een andere stapel, om weg te geven aan een goed doel. Ze had hem altijd heel graag gedragen, totdat Phil had opgemerkt dat ze er in die blouse uitzag als Mr. Blobby, waarna hij niet meer uit de kast was geweest. Hierop volgde het afscheid van een grijze ruitjesbroek in maat zesendertig, een beeldige rode jurk en een paar zomerjurken, allemaal in maat achtendertig, die haar jarenlang pesterig hadden uitgedaagd omdat ze te dik was om ze aan te trekken. Nou, het was afgelopen met dat gepest! Vervolgens...
Binnen twintig minuten was drie kwart van Lous garderobe in vier vuilniszakken verdwenen. In een vijfde propte ze oude slipjes, stokoude beha’s, uitgelubberde panty’s en schoenen die ze niet meer droeg, waaronder het paar met de bizar hoge hakken dat ze voor haar avondje uit met Michelle had gedragen. Ze kreeg al pijn in haar voeten als ze er alleen maar naar keek, en in gedachten hoorde ze het nummer ‘Highway to Hell’.
De oude zwarte rok die Lou oorspronkelijk had willen dragen voor de lunch met haar moeder zat in de vuilniszak voor het goede doel, samen met het geplooide rode topje. Ze had altijd geweten dat haar figuur er niet goed in uitkwam, maar dat had haar nooit kunnen schelen. Tot nu toe.
De resterende kleren in haar kast hadden opeens ruimte om adem te halen, en het zien van al die ruimte gaf haar weer dat merkwaardig lichte en blije gevoel. Bovendien verheugde ze zich erop om nieuwe kleren te kopen. Maar van nu af aan zou ze alleen kleren kopen die net zo goed pasten en net zo mooi stonden als het zwarte mantelpak. Het was afgelopen met de grote, wijde, comfortabele kleren waarin ze zich een slons voelde, of onmogelijk kleine kleren die haar het gevoel gaven dat ze het figuur had van een olifant. Ze trok het beeldige zwarte mantelpak weer aan en verheugde zich voor het eerst in eeuwen op het oordeel van haar moeder.
==
Renee opende het portier van haar auto en stapte gracieus uit. Ze droeg een taupekleurig mantelpakje met een fijne snit waar haar slanke figuur en dito benen goed in uitkwamen, en over haar schouder hing de bijpassende lichtbruine handtas die Lou haar voor haar verjaardag had gegeven. Moeder en dochter gingen het Italiaanse restaurant binnen, waar ze werden begroet door een mollige maar aantrekkelijke ober met een zwaar accent.
‘Ben je afgevallen?’ vroeg Renee, die achter haar dochter aan naar hun tafeltje was gelopen.
‘Ja, ik denk het,’ zei Lou. ‘Waarschijnlijk van alle inspanningen om rommel naar de afvalbak te sjouwen.’
‘Heb je je dan niet gewogen?’ Renee woog zich elke ochtend, naakt, nadat ze naar de wc was geweest en voordat ze ontbeet.
‘Ik heb geen weegschaal,’ zei Lou.
‘Nou, ga zo door. Voor je het weet heb je weer een leuk figuur.’
‘Bedankt, mam,’ zei Lou gespannen.
De ober bracht twee glazen tonic light met ijs en citroen. Ze bestudeerden het zeer uitgebreide menu.
‘Bedankt voor de bloemen,’ zei Renee. ‘Ze zijn beeldig.’
‘Graag gedaan,’ zei Lou, die zich ervan bewust was dat Renee niet langer naar de kaart keek maar naar haar gezicht.
‘Je huid is mooi gaaf,’ merkte ze na een hele tijd op. ‘Gebruik je een nieuwe crème?’
‘Ik drink veel water,’ antwoordde Lou. Maar ze had altijd een gave huid gehad. Ze had nooit last gehad van de vulkaanuitbarstingen die Victorianna af en toe nog steeds plaagden, ondanks haar obsessie voor gezond eten. Lekker puh.
‘Niets is zo goed voor de huid als water,’ beaamde Renee.
‘Je krijgt dorst van al dat gesleep met vuilniszakken,’ voegde Lou eraan toe. Wow, dacht ze in stilte, twee complimenten achter elkaar. Dat is nog nooit voorgekomen. Ik durf te wedden dat er niet nog een derde komt. Ze legde haar handen op tafel voordat haar moeder haar nagels kon zien. Hoewel ze voornamelijk profijt had van haar grote schoonmaak hadden haar nagels er nogal onder te lijden.
‘Wat neem jij?’ informeerde Renee.
‘Ik denk dat ik als vooraf de champignons met knoflook neem.’
‘Dat kun je niet menen!’ Renee keek haar afkeurend aan. ‘Je maakt al het goede werk ongedaan als je een bord vol boter gaat eten.’
Lou gromde inwendig. ‘Wat zou ik volgens jou moeten nemen, mam?’ vroeg ze met een strakke grijns.
‘Neem wat je wilt,’ snoof Renee. ‘Ik probeer je alleen maar aan te moedigen.’
‘Ik neem de salade met grote garnalen,’ zei Lou. In stilte hoopte ze dat de garnalen nog champignons met knoflook hadden gegeten voordat ze de pan in gingen.
‘En als hoofdgerecht?’ vroeg Renee, nadat ze zelf voor de zalm had gekozen.
‘Speklappen met patat,’ antwoordde Lou met een uitgestreken gezicht.
‘Doe niet zo raar, Elouise,’ zei haar moeder, alsof ze negen was en had gevraagd of ze ratten mocht hebben als huisdieren.
Lou bestelde kip met een saus van champignons en witte wijn, zonder het knoflookbrood dat nergens zo lekker was als in Café Ronaldo; ze wist dat ze er toch niet van zou kunnen genieten als haar moeder haar bij elke hap die ze nam kritisch aankeek.
‘Heb je iets van Victorianna gehoord?’ vroeg Lou nadat de ober hun bestelling had opgenomen.
‘Ja, ze heeft me vanochtend vroeg gebeld. Ze had een kaart op de bus gedaan, maar de post is daar erg traag.’ Met haar kleine, magere hand maakte ze een gebaar waarmee ze de Amerikaanse posterijen wegwuifde. ‘Ze kunnen mensen naar de maan sturen, maar zorgen dat een verjaardagskaart op tijd aankomt is te veel gevraagd. Dat vinden ze kennelijk niet belangrijk.’
‘Heeft ze je een cadeautje gestuurd?’ informeerde Lou liefjes.
‘Ze heeft geld bij de kaart gedaan, dan kan ik zelf iets kopen wat ik hebben wil.’ Renee spreidde haar servet uit op haar schoot zodat ze Lou niet aan hoefde te kijken. ‘Vera gaat voor haar verjaardag logeren bij haar zoon in Duitsland, had ik je dat al verteld? Haar zoon betaalt de reis,’ voegde ze er met een kleine maar gepijnigde zucht aan toe.
Opeens ging er een enorme golf van sympathie en liefde voor haar moeder door Lou heen, ondanks Renees voortdurende kritiek en haar snobisme. Victorianna was echt eenrichtingsverkeer. Ze moest weten hoe graag haar moeder een keer bij haar op bezoek wilde komen en hoeveel pijn het haar deed dat ze nooit werd uitgenodigd.
‘Je zou aan Victorianna moeten vragen of je een keer kunt komen,’ opperde ze.
‘Ik kan niet tegen haar zeggen dat ze me uit moet nodigen,’ bitste Renee.
Nee, dat is waar, dacht Lou, terwijl er opeens een plan bij haar opkwam. Jíj kunt het niet zeggen, maar ik wel.
==
Later die avond kroop Lou in bed. De schone lakens roken heerlijk fris, en dat gaf haar een extra behaaglijk gevoel omdat buiten de wind om het huis huilde en de regen tegen de ruit roffelde. Phil had willen vrijen, maar ze had gezegd dat ze te moe was. Toen had hij in bedekte termen geopperd om ‘andere dingen’ te doen, en had zij in onbedekte termen laten weten dat ze daar ook te moe voor was. Hij strafte haar door haar zijn rug toe te keren en haar geen nachtzoen te geven, waar ze niet half zoveel last van had als hij graag zou hebben gewild.
Ze begon net in te dommelen, toen hij haar wekte door haar ruw door elkaar te schudden.
‘Lou, Lou, wat is dat voor geluid?’ siste hij.
‘Wa...’
‘Ssst! Luister dan.’
Lou deed wat hij vroeg. Ze wilde net gaan zeggen dat ze niets hoorde, maar toen ving ze een krabbend geluid op.
‘Iemand probeert binnen te komen door de achterdeur,’ fluisterde Phil. ‘Heb je het alarm wel aangezet?’
‘Ja, natuurlijk. Ga eens kijken wie het is,’ fluisterde ze terug.
‘Ik peins er niet over om naar beneden te gaan,’ protesteerde Phil.
‘Kijk dan uit het raam!’
‘Ammehoela! Dan zien ze me misschien. Waar is je mobieltje? Het mijne ligt beneden.’
‘Dat van mij ook.’
‘Nou, verzin er iets op!’
‘Ssst,’ zei Lou, en ze spitste haar oren. Tussen het fluiten van de wind door ving ze flarden op van zacht gejank. Wat het ook was, het was een dier en geen mens, en zo te horen had het dier pijn. Ze sprong uit bed.
‘Wat doe je?’ vroeg Phil.
‘Uit het raam kijken.’ Lou schoof het gordijn open en gluurde omlaag, maar de regen sloeg zo hard tegen de ruit dat ze nauwelijks iets kon zien.
Daar was het weer, onmiskenbaar gejank.
‘Het is geen inbreker, het is een hond,’ zei Lou. Ze schoot haar ochtendjas aan en liep naar de trap.
Phil kwam ook uit bed en volgde haar aarzelend naar beneden. Terwijl Lou de code intoetste om het alarm uit te schakelen, grabbelde Phil met veel gekletter in de keukenla naar het broodmes.
In tegenstelling tot wat hij had verwacht doemde er aan de andere kant van het glas in de achterdeur niet het spookachtige silhouet van een massamoordenaar op. Phil stond achter Lou, het kartelmes in de aanslag, terwijl zij de deur op een kier zette zonder de ketting los te maken. Op de stoep stond een drijfnatte Duitse herder.
‘Jaag dat beest weg!’ Phil gaf haar een koekenpan aan. ‘Ksst!’
Lou snoof en maakte de ketting los.
‘Godsamme, je laat dat beest toch niet binnen!’ schreeuwde Phil toen ze de deur opendeed en Clooney bibberend de keuken binnenkwam.
‘Het is de hond van de man die de afvalcontainers bezorgt.’ Lou griste een handdoek uit de mand met strijkwerk en boog zich voorover naar de hond. Hij bibberde en trilde; zijn oren lagen plat tegen zijn kop.
‘En wat doet die hond hier? Marktonderzoek, of zo?’ brieste Phil. Hij keek ongelovig toe terwijl Lou sussende geluidjes maakte en de hond afdroogde.
‘Hoe moet ik dat nou weten, Phil? Kennelijk heeft hij ons huis onthouden.’
‘Hoe kan een hond nou een huis onthouden?’
‘Weet ik veel! Ik ben Barbara Woodhouse niet.’
Clooney nieste en toen nieste Phil.
Lou kon een spottend glimlachje niet onderdrukken. ‘Volgens mij zijn jullie allergisch voor elkaar.’
‘Het is niet grappig. Smijt hem eruit,’ zei Phil nijdig. Hij stak een hand uit om de halsband van de hond beet te pakken, maar al voordat hij in de buurt kwam van zijn bek trok hij zijn arm haastig weer terug.
‘Doe niet zo raar!’ Lou slikte in wat op het puntje van haar tong lag: Ik zou in dit weer zelfs een hond nog niet buiten zetten. ‘Ik stuur hem echt niet terug de regen in, het arme beest.’
‘Nou, hier kan hij ook niet blijven,’ zei Phil, die voelde dat zijn neus verstopt begon te raken.
‘Geef me de telefoon eens aan,’ zei Lou, ‘dan bel ik de man van de afvalcontainers. Hij zal wel ongerust zijn.’
‘Die man is nu toch zeker niet op zijn werk! Het is...’ Phil keek op de klok van het fornuis ‘... verdomme halfeen geweest!’
‘Ik weet niet waar hij woont, Phil, dus ik kan alleen een bericht inspreken op zijn voicemail.’
Lou kende Toms nummer uit haar hoofd, maar het leek haar verstandiger om te doen alsof ze het moest opzoeken in de Gele Gids. Zoals te verwachten was, kreeg ze inderdaad de voicemail.
‘Hallo, Mr. Broom,’ begon Lou na het bandje en de lange pieptoon. ‘Met Mrs. Winter van The Faringdales in Hoodley. Het is woensdagavond halfeen, en uw hond is bij mij. Hij mankeert niets, maar hij is heel erg nat. Ik laat hem vannacht hier slapen...’
‘Geen sprake van, Lou, ben je nou helemaal gek geworden, verdomme! Ik wil dat smerige, stinkende klotebeest geen seconde langer in mijn huis hebben!’ brulde Phil op de achtergrond.
Lou negeerde hem. ‘... dus u hoeft zich geen zorgen te maken. Hij maakt het prima. Oké, einde van dit bericht. O, en dit is mijn nummer...’
Ze legde neer en draaide zich om naar Phil, die opnieuw zo theatraal nieste dat hij er een Oscar mee had kunnen winnen.
‘Hij blijft hier slapen,’ zei ze kalm. Ze probeerde de situatie niet nog erger te maken door tegen Phil te zeggen dat hij een ongelofelijke aansteller was. ‘Ik zal de keuken morgen desinfecteren, dan merk je niet eens meer dat er hier ooit een hond is geweest.’
Opeens herinnerde Phil zich dat hij al eens eerder had moeten niezen in de keuken. Hij had Lou gevraagd of er een hond binnen was geweest, en ze had geantwoord dat hij niet zo mal moest doen. ‘Dus hij is al eens eerder binnen geweest?’
‘Ik heb hem een keer in de keuken gelaten om hem een koekje te geven,’ gaf Lou toe, waarop ze weg marcheerde uit de keuken.
‘Waar ga jij heen?’ vroeg Phil, die alleen achterbleef met de Hound of the Baskervilles. Het vals kijkende beest was kolossaal groot, en zijn kop bevond zich op gelijke hoogte als Phils ballen. Hij haastte zich de keuken uit en de trap op, en zag dat Lou de trap naar de zolder omlaag trok. ‘Wat ga je daar doen?’
‘Er ligt een slaapzak op zolder.’
‘Míjn slaapzak? De slaapzak die ik gebruik als ik ga kamperen?’ krijste hij.
‘Als je gaat kampéren? Phil, de laatste keer dat jij hebt gekampeerd, kende je mij nog niet eens,’ merkte Lou geheel naar waarheid op. ‘Voor jou staat een primitieve vakantie tegenwoordig gelijk aan slechts één Michelinster en geen single malt Scotch in de minibar.’
Phil deed zijn mond open maar kon haar niet zo snel van repliek dienen, dus hing hij doelloos rond op de overloop terwijl zij naar boven klom.
Lou deed het licht aan en zag dat de slaapzak binnen handbereik lag. Het ding lag al jaren ongebruikt op zolder en rook een beetje muf, maar hij was droog en zou prima dienst doen als tijdelijk hondenbed.
Ze was al twee jaar niet meer op de zolder geweest, de laatste rustplaats voor dingen waar ze niet aan wilde denken. Zodra ze de contouren ervan zag, in een donkere hoek, wist ze dat ze terug moest komen om de geesten uit te bannen. Dat hoofdstuk moest ze eindelijk achter zich laten. Ze zou een heleboel vuilniszakken en een nieuwe container nodig hebben. Maar op dit moment had een verzopen hond haar nodig.
==
‘Ga je op dit uur van de nacht nog kip braden?’ tierde Phil. Hij keek met open mond toe terwijl Lou een kipfilet in stukken sneed en een pan rijst opzette. ‘Wil je soms dat ik een salade maak?’
‘Ga nou maar gewoon naar bed, Phil.’ Lou weerstond de verleiding om tegen hem te zeggen dat ze zijn hulp kon missen als kiespijn. Zijn gesnotter en geschreeuw begon haar te ergeren. Wat kon hij toch een watje zijn. Best wel vaak eigenlijk, nu ze erover nadacht.
Phil kreeg nog een niesaanval, en voor hem was dat de druppel. Dit was per slot van rekening zijn huis.
‘Ik ga niet naar bed voordat die hond weg is. Hij kan in de garage slapen.’
‘Geen sprake van,’ zei Lou kalm maar beslist.
‘Hij gaat naar de garage!’
‘Hij gaat níét naar de garage!’
Ze zei het niet zo luid als hij maar wel even heftig. Ze was zich ervan bewust dat dit was ontaard in het soort ruzie dat ze altijd verloor, het soort waarbij het op wilskracht aankwam. Daarin eindigde ze steevast als een gewond dier, omdat Phil slagen onder de gordel uitdeelde over haar gewicht, slankere vrouwen en haar verslonzing.
‘Jij mag die hond niet in míjn huis laten slapen, en daarmee basta!’
Mag?
Daar had je dat woord weer. Lou dacht onwillekeurig terug aan haar gesprek met Maureen. Ze wist nog precies wat ze toen had gedacht. Hoe was het mogelijk dat een vrouw zich door haar man liet voorschrijven wat ze wel of niet ‘mocht’ doen?
Hoezo, mág?
Lou was net een slapende vulkaan die plotseling tot uitbarsting kwam. Magma borrelde omhoog en ze begon vuur te spuwen. Het was onmogelijk om de kolkende stroom lava een halt toe te roepen.
‘O, trouwens, dat wilde ik je al een tijdje vertellen, ik ben Deb tegengekomen,’ zei ze rustig maar uitdagend. ‘We hebben samen een kopje koffie gedronken. Wel een paar koppen. En het is heel goed mogelijk dat we samen een zaak gaan beginnen, zoals we vroeger al van plan waren. Ons koffiehuis, weet je nog?’
‘Wat?’ Phil vroeg zich af of hij sliep en een nare droom had. Of had hij last van een psychotische flashback doordat hij in zijn jonge jaren een paar keer speed had gebruikt?
‘Ik zei dat ik Deb tegen ben gekomen...’
‘Ik heb je heus wel gehoord. Ik raad je aan om niet opnieuw vriendschap met haar te sluiten, want anders...’
Lou draaide zich met een ruk naar hem om. ‘Want anders?’
‘Hè?’
‘Anders wat, Phil?’ snauwde ze.
Ze keek hem aan op een manier die hem deed denken aan de tijd dat ze net met elkaar gingen. Ze was destijds behoorlijk heetgebakerd geweest, en hij had er altijd lol in gehad om het vuur nog verder op te poken. Pas toen hij was gaan beseffen dat hij geen controle had over de vlammen had hij het vuur gedoofd. Opeens wist hij weer aan wie Mooie Groene Ogen hem deed denken.
Hij begon opnieuw te niezen.
‘Ik ga terug naar bed,’ bromde hij humeurig. Hij had er geen enkel probleem mee om ruzie met haar te maken en van haar te winnen, want hij wist precies wat hij moest zeggen om haar aan het huilen te maken en sorry te laten zeggen. Alleen werd hij op dit moment gehinderd door prikkende ogen, een neus vol snot en knallende koppijn. Hij slofte zwaar naar boven.
==
Lou wikkelde een luid tikkende reiswekker in een theedoek en legde die onder de slaapzak voor Clooney. Haar vader had dat voor Murphy gedaan, de eerste nachten dat hij als puppy bij hen was, om hem de troost te geven van een kloppend hart. Hoe had ze ooit kunnen denken dat Phil op haar vader leek, vroeg Lou zich af. Ze was naast Clooney gaan zitten en aaide over zijn vochtige kop terwijl ze wachtte tot zijn eten klaar was.
Boven lag Phil na te denken in bed. Dus dát voerde ze in haar schild, ze had weer ontmoetingen met die bitch, Deb. En dat niet alleen, ze had tegen hem gelogen over honden in hun huis – zíjn huis, om precies te zijn – terwijl ze wist dat hij allergisch was voor die vieze rotbeesten. En ze had geweigerd met hem te vrijen. En ze had zijn curry laten aanbranden. Wat verbeeldde zijn vrouw zich wel niet?
In hun huwelijk was maar ruimte voor één dominante persoon. Het evenwicht dat nodig was om de boel op de rails te houden begon verstoord te raken, dus zou hij Lou Winter een lesje moeten leren. En Phil Winter wist de beste manier om haar weer in het gareel te krijgen.